Samenwerking gaat dieper en verder
30 november 2009
A+O Nieuws. Dat is zeker het geval in Zuid-Nederland waar het onderwijsveld en het bedrijfsleven de handen ineen hebben geslagen om het Topinstituut World Class Maintenance op te richten, hét expertisecentrum voor ‘crosssectoraal' maintenance. De sector heeft nu al een markt met een omvang van achttien miljard euro en werkgelegenheid voor 150.000 mensen.
Een driegesprek met Emmy Bakker, directeur van het Maintenance Educatief Consortium (MEC), Harold Vreeburg, director HRM van Fokker Services en Jan den Blanken voor strategische projecten van Kenteq, staat garant voor een bevlogen en inhoudelijke discussie over de relatie arbeidsmarkt en onderwijs, de rol van het kenniscentrum Kenteq en van A+O (Arbeidsmarkt + Opleiding). Net als in zoveel regio's spelen in Zuid-Nederland diverse ontwikkelingen een rol: te weinig instroom van nieuwe medewerkers, onvoldoende kwalitatieve aansluiting tussen school en bedrijf en de vergrijzing.
Speerpuntsector
Onderzoek maakte duidelijk dat de regio Zuid-Nederland met haar kapitaalsintensieve bedrijvigheid in de vijf sectoren luchtvaart, procesindustrie, energie, maritiem en infrastructuur de bakens moest gaan verzetten en dat scholen en bedrijven op een gestructureerde manier moesten gaan samenwerken. Crosssectoraal dus. Het ministerie van Economische Zaken benoemde maintenance op grond van het beleidsprogramma ‘Pieken in de Delta' tot speerpuntsector. Met het World Class Maintenance-programma groeit de regio uit tot expert-regio met grote accenten op slimmere productie, innovatie, duurzame werkgelegenheid en state of the art maintenance-opleidingen in de hele kolom, van vmbo tot en met wetenschappelijk onderwijs.
Emmy Bakker: "Wij zijn sinds 2006 met de maintenance-ontwikkelingen bezig. Uiteindelijk hebben die geleid tot het Maintenance Educatief Consortium en het woord consortium zegt al wat de bedoeling is: samenwerken en kennis uitwisselen. Door goed te luisteren naar de wensen van het bedrijfsleven in de vijf sectoren en ze direct te betrekken bij de ontwikkeling van programma's op het gebied van Maintenance Repair & Overhaul (MRO) hebben we de gewenste competenties in kaart gebracht. Uitkomst: er was behoefte aan mbo-studenten op alle niveaus, maar vooral op niveau-4 en hoger, en het reeds aanwezige personeel moest opgeschoold worden."
Hand-in-hand
Dat de relatie school en bedrijf een belangrijke rol speelt in het werk van kenniscentrum Kenteq blijkt uit de woorden van Jan den Blanken: "Kenteq is betrokken bij de ontwikkelingen van de maintenance-programma's. Wij kijken naar nieuwe ontwikkelingen vanuit bestaande programma's: wat is de validering van een nieuw programma? Denk aan middenkader-engineering: passen de maintenance-ontwikkelingen in het kwalificatiedossier? Kenteq volgt vernieuwingen op de voet, communiceert die met het scholen- en beroepenveld en zorgt ervoor dat de kwalificatie-eisen op landelijke schaal gevalideerd worden." Een terechte strategie omdat er ook maintenance-ontwikkelingen zijn in andere regio's, zoals het Botlekgebied in Rotterdam.
Koren op de molen van Harold Vreeburg. Op alle locaties van Fokker speelt het probleem van instroom en doorstroom. "Wij hebben scherp in beeld hoe de vervangingsvraag eruitziet. Vooral engineering is vergrijsd. Werken in de luchtvaartindustrie is meer dan techniek alleen, het gaat ook om naleving van stringente luchtvaartregelgeving. Wij hebben vooral moeite hoger opgeleide mensen te vinden voor componentenonderhoud, maar de hunt for talent speelt zich af in de hele onderwijskolom. Daarom is het belangrijk dat wij als bedrijf hand-in-hand samenwerken met het onderwijsveld. Uiteraard hebben wij voor onze vierhonderd mensen in Nederland een uitgebreid scholingsprogramma."
Zwarte cijfers
In het Masterplan World Class Maintenance staan de ambities verwoord die vorm moeten geven aan de toekomst, waaronder vijftien procent meer maintenance-gerelateerde werkgelegenheid en vijftien procent meer studenten. Dit wil men bereiken door projecten te starten op het gebied van innovatie, ontwikkeling en de exploitatie van hoogwaardige kennis. World Class Maintenance laat zich samenvatten als ‘kennis x kunde x kassa': er moeten wel zwarte cijfers onder de streep geschreven worden. Voor de periode 2010 tot 2014 is per jaar naast overheidssubsidies een budget van tien miljoen euro voorzien (publiekprivate samenwerking) om de doelen van World Class Maintenance te realiseren zoals verwoord in het Nationaal Innovatieprogramma Maintenance.
Dieper en verder
De drie gesprekspartners zijn het eens over de faciliterende en stimulerende rol van A+O rond ontwikkeling. Den Blanken: "Ik zou A+O willen adviseren maintenance tot speerpunt te benoemen en daar zonder vrijblijvendheid extra aandacht aan te besteden. Communiceer dat met de hele Metalektro via de regiomanagers als een best practice."
Bakker is het roerend met Den Blanken eens: "Wij zijn in Zuid-Nederland met vijf roc's, twee hogescholen en Kenteq op weg gegaan door onze krachten te bundelen en goed te luisteren naar het bedrijfsleven, zoals in het vroege begin al naar Fokker. Dat is nu het Maintenance Educatief Consortium geworden, een belangrijke speler met uitstraling. We krijgen regelmatig mensen op bezoek uit andere regio's die onze initiatieven willen bekijken. Ik zeg dan altijd: wat je ziet kun je niet kopiëren, je moet zelf actief, enthousiast en bevlogen op zoek gaan naar samenwerkingspartners en dat is meer dan alleen een oppervlakkige stagerelatie. Dit gaat veel dieper en veel verder. Ik wil graag anderen de weg wijzen over deze best practice om het zo te noemen, maar ze moeten het wel zelf doen. Dat samenwerking van scholen en bedrijven concrete business oplevert maakt het extra aantrekkelijk."


